Memphis, Mit Rahina – Egypte

Rond 2900 v. Chr. verenigde een boerenstam uit het zuiden Noord en Zuid Egypte tot één staat. Hun leider was Menes, de eerste ons bekende farao. Hij maakte Memphis tot hoofdstad van zijn rijk. Hij werd vereerd als de zoon van de zonnegod. Zijn priesters waren tevens de geleerden. Zijn edelen en hoge ambtenaren bestuurden namens hem de gouwen van het land en regelden de irrigatie. De handwerkslieden hadden een beter bestaan dan de boeren die hard moesten werken op het land en gratis moesten meehelpen aan de bouw van de monumenten. Dit laatste beschouwden ze echter niet als een straf, maar als een religieuze daad in het belang van de farao, de godenzoon. Handelaren haalden over de Nijl luxe artikelen uit de landen aan de Rode Zee, koper en mooie steensoorten uit de Sinaï, evenals goud, slaven en ebbenhout uit Nubië.

De geschiedenis van het oude Egypte kende een aantal bloeiperioden afgewisseld door tussenperioden van chaos en vijandelijke invallen. Tijdens het Oude Rijk (circa 2650-2140 v. Chr.) was Memphis de hoofdstad van het land en beleefde Egypte een gouden tijd. De machtige farao Djoser bouwde de eerste trappiramide in Sakkara, ontworpen door zijn architect Imhotep.

De paleizen en woonhuizen werden gebouwd van organisch materiaal. Vandaar er niet veel meer over is van de oude stad. Tussen de palmen en de akkers liggen de ruïnes van een tempel gewijd aan Ptah. Ten zuiden van deze tempel ligt een albasten sfinx. Deze sfinx dateert waarschijnlijk uit 1600 v. Chr. Vlak bij de sfinx staat een museumgebouw. Vanaf de bovengalerij kijkt men neer op een beeld van Ramses II. Het ligt nu op zijn rug en laat heel duidelijk de ingebeitelde cartouches zien op de rechterschouder, borst en gordel. De godenbaard is nog gaaf en op het handvat van de dolk staan twee sperwerkoppen. Het beeld dat oorspronkelijk 30 meter hoog was, mist stukken van de benen en ook de dubbele kroon is afgebroken. Vanuit de bovengalerij kijkt men ook neer op een ander beeld van Ramses II, dat buiten het gebouw tussen de palmen staat.

De belangrijkste bezienswaardigheden zijn het enorme kalkstenen beeld van Ramses II en een albasten sfinx. De in 1820 teruggevonden kolos van farao Ramses II ligt nu in het museum. Oorspronkelijk was het 80 ton wegende beeld 15 meter hoog. Een tweede beeld van de machtige farao is hier in 1882 ontdekt, en siert nu het stationsplein van Caïro.

De ruim 4 meter hoge en 8 meter lange sfinx is een van de topstukken van Memphis. Het is de grootste losstaande sfinx van Egypte, op de sfinx van Gizeh na, en bewaakte waarschijnlijk in het verleden een tempel. Een kleine 200 meter ten noordwesten van het museum staan een aantal enorme albasten balsemingtafels, die gebruikt werden voor het balsemen van de heilige Apistieren. De gemummificeerde stieren werden vervolgens bijgezet in het Serapeum te Sakkara.

De Egyptenaren schonken meer aandacht aan de rustplaats van hun doden. Vandaar dat in de bij Memphis behorende necropool Saqqara nog een groot aantal monumenten te vinden zijn. Van Memphis naar de Dodenstad van Saqqara is het maar zo’n anderhalve kilometer. Onderweg rijd je over het zuidelijke deel van de enorme Tempel van Ptah, maar daar is vrijwel niets meer van over.