Het ontstaan van de hiėrogliefen

De naam is afgeleid van twee Griekse woorden: hiėros ‘heilig’ en glypho ‘in steen gebeiteld’. ‘Heilig’ omdat de hiėrogliefen meestal op tempels gevonden worden.

Hiėrogliefen lees je van boven naar beneden en de ene keer van rechts naar links en de andere keer weer van links naar rechts. Dus je kunt je wel voorstellen dat het heel moeilijk is om hiėrogliefen te lezen. Alleen hoog opgeleide ambtenaren konden hiėrogliefen lezen. De meeste Egyptenaren in die tijd konden niet lezen of schrijven.

Tot 1822 begreep niemand iets van de hiėrogliefen die waren gevonden. Een kapitein genaamd Champollion uit het leger van Napoleon ontdekte een steen. Op die steen, de steen van Rosetta, stond een tekst in 3 talen, het Grieks, het Demotisch schrift en het Egyptische schrift. Hij vergeleek de Griekse tekst met de hiėrogliefen en ontdekte zo wat de tekens betekenden.

Hiėrogliefen zijn niet de makkelijkste tekens om snel even iets neer te schrijven. Daarom veranderde het schrift ook. Na vele honderden jaren werd de tekeningen anders. Men wilde dingen sneller noteren en daarom maakte men de hiėrogliefen eenvoudiger. Dit noemt men het hiėratisch schrift. De tekeningen kregen een andere vorm. Nog later ontstond er een schrift dat men nog sneller op kon schrijven en waarbij de hiėrogliefen nauwelijks meer te herkennen waren, het Demotisch schrift. Dit schrift kon het gewone volk dan ook ook lezen en schrijven. Dit Hiėratisch schrift was wel makkelijker, maar kon soms ook lastig zijn.

De plaats Abydos in Boven-Egypte is bij sommige bezoekers van Egypte bekend als de belangrijkste cultusplaats van het Osiris-geloof. Enkele kilometers achter de beroemde tempel van Seti I liggen de oudste koningsgraven van het land, die teruggaan tot de zogenaamde Predynastieke periode. Opgravingen in het necropolen gebied door het Duits Archeologisch Instituut in Cairo hebben zeer recent vondsten aan het licht gebracht op basis waarvan het ontstaan van het schrift van Egypte enkele eeuwen eerder gedateerd moeten worden. Tot voor kort was men nog uitgegaan van de periode rond 3000 v. Chr. Daarmee is een oude vraag weer opgeworpen, namelijk die van de mogelijke afhankelijkheid van de schriftontwikkeling in Egypte van ongeveer gelijktijdig verlopende ontwikkeling van Mesopotamiė en Iran. De vroege beeldtekens uit voor-Aziė, waaruit zich spoedig door vereenvoudiging het zogenaamde spijkerschrift ontwikkelde, zijn klaarblijkelijk uit economische motieven ontwikkeld. Vertellingen en mythen, eveneens boodschappen van allerlei aard, konden zonder problemen mondeling vertaald overgebracht worden. Handelsdoeleinden vereisten echter een betrouwbaar fixeren van tenminste eenvoudige feiten als uitgaven en ontvangsten of rekeningen.

De Egyptenaren zelf hadden een geheel andere verklaring voor de fenomenale cultuurprestatie die het schrift was. Voor hen was het een geschenk van de god Thot. Deze was als Maangod verantwoordelijk voor de tijdrekening en in algemene zin ook voor dat, wat wij wetenschap noemen, en daarmee voor het schrift en de schrijvers. Godenwoorden noemden ze zelf hun schrift, dat wij met een semantisch zeer verwant begrip aanduiden, het uit het Grieks stammende hiėrogliefen wat heilige tekens betekent. Wie al eens vol bewondering staande voor een grafwand de raadselachtige combinatie van planten, lichaamsdelen, geometrische figuren en vogels bekeken heeft, zal begrijpen wat visuele poėzie is en kan zich voorstellen dat de Egyptenaren er zeker van waren dat het schrift een geschenk van de goden was.

Ook in het dodenboek (het boek dat de faraos meenamen in hun graf) was geschreven in hiėrogliefen. In het dodenboek stonden ook vele tekeningen zoals u op de onderstaande foto kan zien. Deze foto toont de overledene bij het dodengericht. Hoenefer wordt door de god Anubis naar het gericht geleidt, waar zijn hart tegen het symbool van de waarheid, de veer, wordt afgewogen. Als de veer op de weegschaal hetzelfde gewicht als het hart van de overledene heeft, is dit het bewijs dat hij zijn leven conform de Oud-Egyptische rechtsnormen heeft geleefd. Vervolgens wordt de overledene voorgeleid aan het opperste rechter van de doden en heerser in het hiernamaals, Osiris.

Waarom zijn hiėrogliefen zo moeilijk te lezen Helaas beperkten de Egyptische schrijvers zich niet alleen maar tot het gebruik van deze 24 fonogrammen. Omdat ze minder waarde hechtten aan eenvoud of systematiek, dan aan variatie en optische schoonheid, ontwikkelden ze meer consonantentekens (tekens die staan voor een combinatie van letters). In de late tijd werden het er steeds meer.

Meestal schreven ze alleen de consonanten op en lieten ze net als in het Hebreeuws of Arabisch de klinkers weg. De mondhiėroglief kan daarom niet alleen als r maar ook als ra, re, ri, ro, ar, er ir, or gelezen worden. We weten dus niet hoe de Egyptische taal werkelijk geklonken heeft. Opdat de taal uitgesproken kon worden, zetten Egyptologen, altijd een e tussen de medeklinkers.

Omdat veel woorden zonder klinkers op elkaar lijken, zetten de schrijvers achter de begrippen determinatieve, tekens zonder klankwaarde die de betekeniscategorie aangaven.

Het lezen wordt bemoeilijkt doordat woorden en zinnen noch door afstanden noch door leestekens van elkaar gescheiden werden en de hiėrogliefen van links naar rechts, van rechts naar links en van boven naar beneden geschreven kunnen zijn. Een aanwijzing voor de leesrichting geven de dier- en menshiėrogliefen, die altijd naar het begin van het woord kijken.

Verwarrend is het naast elkaar staan van fonogrammen, determinatieve en de ideogrammen waarmee alles begonnen is.

Hiėrogliefen Cijfers



Het hiėrogliefen alfabet


Meer informatie vind u in: Hiėrogliefen – Papyrus, het verhaal Menu