![]() Vallei - dal der Koningen
De Vallei der Koningen, dat door de Arabieren
Biban-el-Moeloek (de poorten der koningen) wordt genoemd, omdat de
ingangen van verschillende graven zich in de rotsachtige wanden van
het dal bevinden, is een diepe uitholling in het Libische
kalksteenmassief, dat zich in noordwestelijke richting uitstrekt. De
oude Egyptenaren hadden verschillende namen voor deze plaats, zoals
“ta-sechet-aat”, de grote vlakte, of de mooie ladder van het westen.
Maar de officiële naam luidde, grootse en majestueuze necropool van
de onsterfelijke farao’s in het westen van Thebe. De toegang tot het
dal leidt tegenwoordig over een kilometerslange, brede,
geasfalteerde weg, die het oude pad uit de tijd van de farao’s
volgt, dat “het pad waar Ra ondergaat” werd genoemd. Het dal is in
twee gebieden verdeeld, de West vallei ofwel het Dal der Apen, met
vier graven waaronder Amenhotep III en Eje, terwijl de Oost vallei,
die aan de verlenging van de toegangsweg ligt en algemeen het 'Dal
der Koningen' wordt genoemd, en in totaal 63 graven bevat. In elk geval werd het Dal der Koningen vanaf de periode van Hatsjepsoet en Thoetmozes III, de begraafplaats van de farao’s die tot het einde van de 19de dynastie als koninklijke necropool dienst deed, tot de periode van Ramses XI, de laatste farao die in het dal werd begraven. In tegenstelling tot wat vroeger werd verondersteld, werden de ingangen van de koninklijke graven niet gecamoufleerd, maar waren ze duidelijk zichtbaar en de necropoolpolitie, die de weg naar de vallei bewaakte, controleerde de ingangen van de graven regelmatig om er zeker van te zijn dat de zegels die op het moment van de begrafenis werden aangebracht, niet werden geschonden. Helaas werd al vrij vroeg geconstateerd, dat deze voorzorgsmaatregelen niet genoeg waren. Tijdens een moeilijke en politiek en sociaal instabiele periode, die tegen het einde van het regentschap van Ramses III begon en tot het einde van de 20ste dynastie steeds erger werd, de schatten die in de graven lagen lokte veel dieven en plunderaars aan. Daarom werd besloten de necropool niet langer te gebruiken. De priesters verhuisden de koninklijke mummies naar veiligere en beter beschermde plaatsen, zoals de geheime bergplaats, de cachetten van Deir el-Bahari. Aan de hand van papyri, de procesakten betreffende de grafschendingen op papyrus, zijn we te weten gekomen, dat reeds in die tijd vele koninklijke graven werden geschonden. Het graf van Toetanchamon is een uitzondering hierop. Het werd met het puin van de opgraving van het graf van Ramses IV bedekt, dat zich boven zijn ingang bevond. Daarna werd het dal eeuwen lang met rust gelaten tot de Ptolemeische periode, toen de eerste Grieken en Romeinen hier arriveerden. De historicus Diodorus Siculus, die zich in 57 v. Chr. in Egypte bevond, schreef over zijn bezoek, De mensen zeggen dat dit de graven der voormalige koningen zijn. Het zijn schitterende graven en ik ben er van overtuigd dat het nageslacht zeker niet in staat zal zijn ooit iets mooiers te creëren. Op de muren van het graf van Ramses IV bevinden zich talloze interessante geschriften, die van de toeristen uit de Romeinse periode afkomstig zijn.
Daarna volgde weer een periode van rust tot de jezuïet Claude Sicard, die tussen 1708 en 1712 in Egypte was, de plaats als het antieke Thebe identificeerde en de graven opnam waarvan slechts de helft toegankelijk was, later, in 1769, onderzocht de Schot James Bruce het graf van Ramses III en de geleerden, die met het expeditieleger van Napoleon in 1798 meekwamen, ontdekten het graf van Amenhotep III in de West vallei en verrichten op deze plaats de eerste wetenschappelijk opgravingen. In 1817 ontdekte Giovanni Battista Belzoni uit het Italiaanse Padua de graven van Ramses I en Eje, deze laatste bevind zich in de West vallei. Na deze buitengewone vondsten, volgden 3 jaar later die van de Engelsman James Burton, die 2 anepigrafische graven en een derde ontdekte, die aan prins Meryaton, zoon van Ramses II, werd toegeschreven. Tussen 1824 en 1830, de jaren die op de ontcijfering van de hiërogliefen volgden, werkte John Gard Wilkinson ononderbroken in het Dal der Koningen en nummerde de graven voor de eerste keer, een nummering die ook vandaag nog wordt gebruikt. Tussen 1828 en 1850 werd het dal door wetenschappers, reizigers en kunstenaars bezocht, waaronder Champollion en Rossellini, Robert Hay en Richard Lepsius. Op 4 november 1922 ontdekte Howard Carter het graf van Toetanchamon, onder het graf van Ramses VI, de trap, welke leidde naar een van de meest fantastische archeologische ontdekkingen ooit. De vallei bestaat uit twee delen, een oostelijke helft en een westelijke helft. De westelijke helft is de plek waar toeristen de graven van de farao's uit het Nieuwe Koninkrijk kunnen bezoeken, het oostelijke gedeelte is op een enkele kleine tombe na alleen toegankelijk voor wetenschappers. Vermoed wordt dat op deze plek zich nog een aantal onontdekte graven bevind. Momenteel (2006) zijn er 63 tombes geïdentificeerd en een groot deel daarvan is ook daadwerkelijk te bezoeken. Een aantal tombes is afgesloten voor het publiek. Nieuwe Graftombe DK 63
Op 8 februari 2006 maakte het Egyptische Supreme Council
of Antiquities, onderdeel van het ministerie van cultuur bekend dat een
Amerikaans team van archeologen, onder leiding van Otto Schaden van de
universiteit van
Memphis,
een nieuwe graftombe in het Dal der Koningen had ontdekt. De ontdekking
was de eerste sinds de ontdekking van het graf van
Toetanchamon in 1922 en deed archeologen vermoeden
dat er nog meer graven in het dal waren verborgen. Het graf werd ontdekt
tijdens restauratiewerkzaamheden aan graf DK 10, het graf van Amenmeses.
Vorig jaar werden daar in de nabije omgeving de resten van een
arbeidershut gevonden en direct daarna ontdekte men een depressie in een
stuk grond bij de arbeidershut, waarvan werd vermoed dat er een schacht
onder zat. Na weken van graven, ontdekten zij vervolgens op 15 meter
diepte een stenen deur. Wanneer de nieuwe tombe precies werd ontdekt, is
nog niet bekend gemaakt. De ontdekking is in ieder geval vóór 25 april
2005 gedaan, want op die dag werd de domeinnaam van de expeditie
geregistreerd. Op 10 februari kon het graf voor het eerst bezichtigd
worden door persfotografen. Tombe 33 - Padiamenope
Tombe 33.
Bekijk een preview film van het betreden van Tombe
33
hier. |