![]() Satis - Satet Tempel - Elephantine - Aswan
Het heiligdom op het eiland Elephantine is de enige
tempel in Egypte waar de ontwikkeling van een provinciaal heiligdom
kan worden gevolgd vanaf de vroeg dynastische periode, dankzij een
bewaard gebleven schrijn dat gesitueerd was in een natuurlijke nis,
gevormd tussen grote rotsblokken.
Door aanpassingen van het aangrenzend fort tijdens de eerste helft
van de Eerste Dynastie diende dit voorhof aangepast te worden en
werd niet enkel de ingang verplaatst, maar ook doordat de verstrekte
muur van het fort verstevigd werd, werd het hof van het heiligdom
kleiner. Afgezien er veel votieve voorwerpen uit de vroege
tijden
werden teruggevonden, valt het niet uit te maken aan welke godheid
deze schrijn oorspronkelijk gewijd was. Het meest voorkomende uit
deze periode is een voorwerp met een gestileerde egelskop.
Het is waarschijnlijk gedurende de Zesde Dynastie dat de God Chnoem
verbonden werd met de cultusplaats, waar toen misschien al Satis
vereerd werd.
Gedurende het Middenrijk werd dit heiligdom eerst vernieuwd door een
bakstenen gebouw, later heropgetrokken in natuursteen. Zonder op elke bouwfase uitgebreid te kunnen ingaan, moeten we toch wijzen op een aantal belangrijke vondsten. Een opmerkelijke ontdekking uit de 5e dynastie was een depot van meer dan 350 kleine votiefgaven, meestal uit faiënce. Een uitgebreid assortiment van mensen en dierenfiguurtjes, zowel koninklijk als privaat lagen verspreid over de vloer van de cultusruimte. Ten laatste in de regering van Pepi I, verantwoordelijk voor de eerste grotere verbouwingen in de 6e dynastie , kreeg de god Chnoem een cultusplaats binnen de tempel van Satis. Samen met Anoekis zullen zij later de triade van Elephantine vormen.
De val van de centrale Koninklijke macht in de Eerste Tussenperiode deed de
betekenis van Elephantine in het zuiden alleen maar toenemen. Het zijn de
koningen van de 11e dynastie die voor het eerst steen bij hun uitbreidingen van
de tempel gingen gebruiken. Mentoehotep II zou vervolgens een installatie bouwen
voor de viering van de Nijl overstroming, die volgens de oude Egyptenaren in
Elephantine begon. Toen Sesostris I het gebied verder zuidelijk annexeerde,
verloor Elephantine voor het eerst zijn functie als grensstad. Desondanks bleef
het een belangrijk administratief en economisch centrum. De Satistempel werd
vervangen door een volledig uit steen opgetrokken structuur,
verbonden met een voorhof waar de inwoners aan bepaalde festivals
konden deelnemen. Chnoem
kreeg nu een eigen tempel in het centrum van de stad. Een derde, maar niet
minder belangrijke cultusplaats, was deze van de monarch Heqaib.
Tijdens het turbulente einde van het Oude Rijk had hij zoveel voortreffelijk
leiderschap aan de dag gelegd dat hij na zijn dood vereerd werd als een locale
heilige. In de loop van het Nieuwe Rijk , wanneer de Egyptenaren steeds verder
in Nubië doordringen en Elephantine alweer floreert, zal de cultus van Chnoem
deze van Satis zelfs overtreffen. Door de vergroting van de tempels en
bijkomende economische veranderingen worden de bewoners gedwongen verder
noordwaarts te trekken. Dat ook in deze tijd Syene (het huidige Aswan) op het
vasteland, in de teksten verschijnt heeft hier wellicht mee te maken.
Met de 30e dynastie brak terug een meer welvarende periode voor Elephantine aan,
die zou voortduren onder de Ptolemaeën en Romeinen. Niet alleen werden tempels
herbouwd en zelfs nieuwe aangelegd. Een monumentale poort van Alexander IV staat
nu nog steeds recht. In de Romeinse periode werd ook de rivieroever
tussen de twee terrassen opgevuld. De haven van de stad verfraaide
men met een monumentale trap en een heiligdom. In het residentiële
district komen goed bewaarde woonstructuren uit deze periode aan het
licht. Omdat de tempels en toebehoren nu bijna de helft van de oude
gebied in
beslag gingen nemen, verplaatste het dagelijkse leven van handel en
administratie zich naar de oost-oever van de Nijl, het huidige
Aswan. Met de
komst van het Christendom in de vroege 4e eeuw, zou Elephantine definitief in de
schaduw van Aswan treden. De verdedigende rol van Elephantine was in de 5e eeuw
dan ook vooral gericht op aanvallen van plunderende bendes. De ontmanteling van
de tempels voor bouwmateriaal, dat wellicht in deze periode begon, heeft tot
gevolg dat er vaak niet meer dan fundamenten te zien zijn. Arabische bronnen
vermelden ten slotte een klooster en 2 kerken op het eiland waarvan er een kon worden
teruggevonden in de voorhof van de Chnoem tempel. De laatste Christelijke fase
eindigde waarschijnlijk in de 13e of 14e eeuw. |